|
Gheskiere Paul - Klinisch Psycholoog - Psychotherapeut |
||
|
Depressie
|
||
|
Meer
dan zomaar somber… Somber
of een depressie? Iedereen
is wel eens somber of treurig. Zulke gevoelens kunnen opkomen na een
tegenslag of ruzie, het verlies van een dierbaar iemand, of zomaar.
Meestal trekt zo’n sombere bui vanzelf weg. Maar bij sommige mensen
blijft deze stemming aanhouden. Ze hebben nergens meer zin in of belangstelling
voor. Hun hele bestaan wordt beheerst door somberheid. Al schijnt de
zon en bruist alles om hen heen van leven, het raakt hen niet. Ze missen
de energie om iets te ondernemen en het lukt maar niet om minder somber
te worden. Mensen die weken- tot maandenlang last houden van zo’n zwaarmoedige
stemming lijden aan een depressie. Verschijnselen
van depressie
Mensen
hebben een depressie wanneer ze zich minstens twee weken achtereen erg
somber
voelen en daarnaast last hebben van meerdere onderstaande verschijnselen: •
lusteloosheid en prikkelbaarheid •
gebrek aan interesse en plezier •
concentratieproblemen, vergeetachtigheid en besluiteloosheid •
schuldgevoelens, zelfverwijten en het gevoel niets waard te zijn •
het gevoel van binnen dood of leeg te zijn •
gevoelens van machteloosheid, wanhoop en angst •
grote vermoeidheid •
sterke neiging tot piekeren •
huilen zonder dat dit oplucht of graag willen huilen maar dit niet kunnen •
traagheid in praten, denken en bewegen of lichamelijke onrust •
gebrek aan eetlust en gewichtsverlies of juist overdreven eetlust en
gewichtstoename •
moeite met inslapen of doorslapen of juist niet uit bed kunnen komen •
weinig of geen zin in vrijen of sex •
lichamelijke klachten zoals: verstopping, een droge mond, onverklaarbare
pijn, duizeligheid, hartkloppingen, trillende handen, druk op de borst
en hoofd- en rugpijn. Veel
depressieve mensen voelen zich ’s ochtends het ellendigst en gaan zich
in de loop van de dag beter voelen, bij anderen zijn de verschijnselen
’s avonds juist het sterkst. Verschillen
in depressies
Niet
alle depressies zijn hetzelfde. Ze kunnen variëren van mild tot zwaar.
Iemand met een milde depressie heeft last van hooguit enkele van de
in het kader beschreven verschijnselen. Mensen die aan een zware depressie
lijden hebben last van vrijwel alle beschreven klachten. Enkele speciale
vormen van depressie zijn: Dysthyme
stoornis
Bij
een dysthyme stoornis houden de klachten langer dan twee jaar aan. Mensen
met een dysthyme stoornis hebben vaak niet de heftige verlammende depressieve
gevoelens, maar zijn wel het grootste deel van de dag in een depressieve
stemming. Ze hebben ook minder bijkomende klachten en kunnen meestal
‘redelijk’ functioneren, maar hun leven is vrijwel voortdurend gekleurd
in grijstinten. Het lange aanhouden van de klachten, de uitzichtloosheid
ervan, maakt deze vorm van depressie zwaar. Manisch-depressieve
stoornis
Bij
mensen met een manisch-depressieve stoornis (bipolaire stoornis) wisselen
perioden van grote somberheid en passiviteit en perioden van extreme
activiteit en opwinding elkaar af. Mensen met zo’n manisch-depressieve
stoornis* denken in de overdreven vrolijke (of eufore) perioden alles
aan te kunnen en doen dingen die ze normaal nooit zouden doen. Daarna
zakken ze terug in grote lusteloosheid. Postnatale
depressie
Na
een bevalling, miskraam of abortus krijgen sommige vrouwen last van
een postpartum depressie, ook wel postnatale depressie genoemd.* Seizoensgebonden
depressie
Veel
mensen hebben in meerdere of mindere mate last van de seizoensgebonden
depressie. Deze steekt vooral in de herfst- en wintermaanden de kop
op en wordt in verband gebracht met gebrek aan zonlicht. Maar er zijn
ook mensen die zich juist in het voorjaar depressief voelen. Achtergronden
van depressies
Depressies
hebben niet één duidelijke oorzaak, maar ontstaan door een combinatie
van biologische,
sociale, en psychische factoren. De
belangrijkste biologische factor is erfelijkheid. In sommige families
komen depressies vaker voor dan in andere. Bepaalde stoffen, zoals hormonen,
medicijnen, alcohol en drugs kunnen het ontstaan van een depressie in
de hand werken. Dat geldt ook voor sommige lichamelijke ziekten, zoals
schildklier- en bijnierschorsafwijkingen, diabetes en hart- en vaatziekten. De
belangrijkste sociale factoren zijn verdrietige of schokkende gebeurtenissen.
Deze kunnen een depressie oproepen. Zo kan de somberheid na het verlies
van een partner of na ontslag overgaan in een depressie. Ook een ingrijpende
gebeurtenis als een verhuizing kan tot een depressie leiden. De kans
daarop is vooral groot wanneer mensen hun oude sociale contacten moeten
missen of niet kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving. Ook wanneer deze
jaren geleden heeft plaatsgevonden kan een schokkende gebeurtenis nog
tot een depressie leiden. Zo kunnen mensen op volwassen leeftijd depressief
worden nadat ze als kind zijn mishandeld of seksueel zijn misbruikt
of al vroeg een belangrijk iemand, zoals een ouder, hebben verloren.
Ten
slotte zijn ook psychische factoren, iemands persoonlijke eigenschappen,
van invloed op het wel of niet krijgen van een depressie. Zulke eigenschappen
zijn onder andere een gebrekkig vermogen om problemen op te lossen,
verdriet te verwerken of steun te vragen, weinig zelfvertrouwen, perfectionisme,
faalangst en een streng geweten. Geen
uitweg meer zien
Ernstig
depressieve mensen denken veel aan de dood. Ze ervaren het leven als
zinloos, uitzichtloos en als een kwelling. Voor enkelen lijkt de dood
dan een welkome verlossing uit een ellendige situatie. Het kan ook een
manier lijken om een punt te zetten achter een leven dat als onverdiend
wordt ervaren. De doodswens kan voorts het gevolg zijn van de behoefte
anderen niet meer tot last te zijn. Niet
afwachten
Leven
met een depressie is een zware last. Als een depressie aanhoudt, is
het aan te raden hulp te zoeken, ook al lijkt dat een grote stap. Het
is het beste om met de klachten naar een psycholoog-psychotherapeut
of naar een psychiater te gaan. Vaak
komen depressieve mensen er zelf niet toe die stap te zetten, omdat
ze daarvoor geen energie hebben, hulp zinloos vinden of omdat ze zichzelf
geen hulp waard achten. Dan is het belangrijk dat de omgeving die stap
zet. Zeker wanneer iemand over zelfdoding praat of daarover signalen
geeft, is hulp nodig. Tips
wanneer u depressief bent
•
Erken uw sombere gevoelens en besef dat uw depressie niet zomaar verdwijnt.
U kunt uw stemming wel beďnvloeden. •
Praat met uw omgeving over uw gevoelens. •
Zorg voor regelmaat: sta op tijd op, eet driemaal per dag en ga op tijd
naar bed. •
Ga elke dag een stuk fietsen of wandelen. Dat helpt tegen depressieve
gevoelens en maakt u ‘gezond moe’. •
Probeer mensen op te zoeken, ook al heeft u er eigenlijk geen zin in.
Maar zoek geen situaties op waarin genieten een ‘must’ is (zoals een
feestje) als u weet dat u dat nu niet kunt. Daar wordt u alleen maar
treuriger van. •
Ga na of u oorzaken kunt vinden voor uw somberheid, zoals een ingrijpende
verandering of groot verlies in uw leven. Sta uzelf dan toe om hierover
verdrietig te zijn. Tips
voor de omgeving
•
Probeer de depressie niet ‘weg te praten’ of een depressief iemand op
te vrolijken. Dat werkt averechts. •
Geef geen adviezen en tips. Begrip, sympathie en een luisterend oor
zijn het belangrijkst. •
Bel regelmatig of ga op bezoek. Het helpt, al zult u misschien niet
direct een positieve reactie krijgen. •
Ga samen met de depressieve persoon iets simpels doen, zoals wandelen
of winkelen. Niet
voorstellen of vragen, maar doen. •
Laat desnoods blijken dat u niet weet wat u moet zeggen of doen, maar
dat de depressieve persoon altijd op u kan rekenen. •
Zoek meer informatie over depressie, in de bibliotheek, de boekhandel
of op internet. •
Biedt hulp bij huishoudelijke klussen zoals schoonmaken en de was, als
de persoon daar te weinig energie voor heeft. •
Zoek zelf steun als het u teveel wordt. Therapie
helpt
Een
onbehandelde depressie duurt gemiddeld vier tot zes maanden, maar kan
ook langer aanhouden, soms zelfs jaren. Dat is niet nodig, want depressies
zijn veelal goed te behandelen. Met psychotherapie worden goede resultaten
bereikt, evenals met medicijnen (de zogenaamde antidepressiva). Een
depressie kan, soms na maanden, soms na jaren, weer terugkomen. Dit
overkomt bijna de helft van de mensen die depressief zijn geweest. Een
goede behandeling kan de kans op terugkeer van de depressie verkleinen.
Ook een goede nazorg is belangrijk. Behandeling
De
meest gebruikte medicijnen, antidepressiva, beďnvloeden de stoffen in
het lichaam die gevoelens en stemmingen bepalen. Dit effect is pas voelbaar
vanaf vier tot zes weken na het begin van het gebruik. De omgeving ziet
vaak al wel eerder veranderingen. Voor
een goed resultaat is het belangrijk de medicijnen lang genoeg, zeker
vier tot zes maanden, te gebruiken. Verder is het noodzakelijk het gebruik
langzaam af te bouwen. Antidepressiva hebben wel bijwerkingen. Deze
verschillen per gebruiker en per soort. Vaak genoemde bijwerkingen zijn:
sufheid, slaperigheid, een droge mond, wazig zien, duizelingen, misselijkheid,
hoofdpijn, transpireren, hartkloppingen, verstopping en afname van seksuele
gevoelens. Meestal verdwijnen de bijwerkingen na verloop van tijd. Totdat
de antidepressiva aanslaan, kan de huisarts ook kalmerings- of slaapmiddelen
voorschrijven. Deze middelen werken direct en helpen tegen slapeloosheid,
angstgevoelens, spanning en onrust. Meestal zijn deze medicijnen niet
langer dan enkele weken nodig. Bij
lichtere vormen van depressie kan St-Janskruid ondersteuning bieden. U kunt zelf, samen met uw omgeving, aan uw depressie werken. Maar wanneer de klachten niet verdwijnen, kunt u er het beste mee naar een psycholoog-psychotherapeut gaan. In samenwerking met de huisarts of de psychiater zal hij samen met u zoeken naar een oplossing. Naast gesprekstherapie helpen ook relaxatietechnieken. Hypnose, energietherapie, slaaptherapie en electraccupunctuur kunnen een goede ondersteuning bieden. |