|
Gheskiere Paul - Klinisch Psycholoog - Psychotherapeut |
||
|
Angststoornissen
|
||
|
Angst als belemmering Iedereen
is wel eens bang. Gelukkig maar, want angst waarschuwt mensen voor naderend
gevaar. Ze brengt het lichaam in staat van paraatheid, zodat een snelle
reactie mogelijk wordt. In zo’n geval is angst een gezonde reactie op
dreigend gevaar. Maar sommige mensen zijn bang wanneer de omstandigheden
daar weinig aanleiding toe geven. Ze durven hun huis niet uit zonder
tien keer te controleren of het gas uit is. Of het zweet breekt hen
uit bij de gedachte dat ze moeten telefoneren. Mensen met overdreven
angsten hebben de neiging om gewone situaties te vermijden die ze met
de angst in verband brengen. Die vermijding gaat hun leven steeds meer
beheersen, terwijl hun angst er niet door afneemt. Iemand met zulke
angsten heeft een angststoornis. Verschijnselen van angst en paniek Veelvoorkomende
klachten bij een angststoornis zijn: hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen,
gebrek aan eetlust en concentratieproblemen. Ook hebben mensen vaak
last van een bang voorgevoel, bezorgdheid, onbehagen, prikkelbaarheid,
nervositeit, spanning en onrust. Tijdens
een angst- of paniekaanval zijn de meest voorkomende lichamelijke verschijnselen: •
hartkloppingen •
pijn of beklemd gevoel op de borst •
zweten •
ademnood, het gevoel te stikken •
snel en hijgend ademhalen •
duizeligheid of het gevoel flauw te vallen •
trillen of beven • misselijkheid
of diarree •
een doof gevoel of tintelingen in de ledematen •
een gevoel van onwerkelijkheid, alsof men naar een film kijkt. Mensen
denken zelf vaak dat ze een hartaanval krijgen. Hyperventilatie Angstaanvallen
gaan vaak gepaard met hyperventilatie. De angst maakt dat mensen te
diep en te snel gaan ademhalen. Daardoor krijgen ze last van duizeligheid,
benauwdheid, het gevoel flauw te vallen en hartkloppingen. Iemand die
dit meemaakt, denkt op zo'n moment vaak dat hij doodgaat, waardoor de
angst of paniek nog groter wordt. Soorten angststoornissen De grens tussen gewone angst en een angststoornis is moeilijk te trekken. Kenmerkend voor een angststoornis is dat de angst buitensporig is en duidelijk niet realistisch, terwijl de persoon er zoveel last van heeft dat het dagelijks leven er ernstig door wordt belemmerd. Er
bestaan verschillende soorten angststoornissen. Fobieën Een
fobie is een gerichte angst voor bepaalde dingen, dieren of situaties.
Die angst kan gepaard gaan met hevige lichamelijke verschijnselen en
paniekgevoelens. De persoon in kwestie weet meestal goed dat zijn angst
ten onrechte is, maar de angst wint het van het gezonde verstand. Een
fobie gaat vrijwel altijd gepaard met vermijdingsgedrag: fobische mensen
gaan de situaties uit de weg waarin ze de angst hebben meegemaakt of
waarin ze vrezen de angst te voelen. Daardoor wordt hun dagelijks functioneren
belemmerd. Mensen
met een fobie hebben ook vaak last van verwachtingsangst: alleen al
bij de gedachte dat ze in een beangstigende situatie zullen komen, krijgen
ze last van de angstklachten. Enkelvoudige fobieën Iemand
met een enkelvoudige fobie heeft een buitengewone angst voor één bepaald
ding, dier of situatie. Bekende fobieën zijn: hoogtevrees, vliegangst,
claustrofobie, angst voor de tandarts en voor spinnen of muizen. Met
een enkelvoudige fobie valt vaak goed te leven. Vliegtuigen en slangen
zijn immers vrij gemakkelijk te vermijden. Hypochondrie Hypochondrie
(ziektevrees) lijkt sterk op een enkelvoudige fobie. Iemand met hypochondrie
is bang een ernstige ziekte te hebben of te ontwikkelen, ook al kunnen
artsen geen enkele afwijking vinden. Veelvuldig, uitgebreid lichamelijk
onderzoek in het ziekenhuis helpt niet. De angst dat het dan wel een
hele zeldzame ziekte is wordt er eerder door versterkt. Sociale fobie Mensen
met een sociale fobie (sociale angststoornis) wekken vaak de indruk
extreem verlegen te zijn. Ze voelen zich vooral in (onbekend) gezelschap
kritisch bekeken en hebben steeds het gevoel het 'niet goed' te doen. De
angst om “vreemd” gevonden te worden en een mal figuur te slaan, beheerst
hun hele doen en laten. Contacten leggen is een groot probleem. Sociale
fobieën kunnen op allerlei situaties betrekking hebben, zoals de angst
mensen te ontmoeten, te telefoneren, in het openbaar te spreken of in
een restaurant te eten. Bijna 8 procent van de bevolking heeft in zijn
leven een tijdlang last van een sociale fobie. Straatvrees Straatvrees
wordt ook wel agorafobie of pleinvrees genoemd. Iemand met straatvrees
is bang voor plaatsen waar hij niet gemakkelijk weg kan komen en vreest
geen hulp te krijgen als hem plotseling iets overkomt. Op straat of
in grote drukke ruimtes voelt zo iemand zich weerloos en doodsbang.
Hij kan dan door paniek worden overvallen. Maar straatvrees kan ook
optreden zonder angstaanvallen. Mensen met straatvrees durven bijvoorbeeld
niet op straat te komen, naar een bioscoop te gaan, of met de bus of
trein te reizen. Sommige mensen zijn zo bang dat ze niet alleen thuis
durven te zijn. Meer dan 3 procent van de bevolking krijgt in zijn leven
ooit straatvreesklachten. Paniekstoornis Iemand die een paniekstoornis heeft kan op onverwachte momenten overvallen worden door grote angst. Ze hebben dan het gevoel de controle over zichzelf te verliezen. De gewaarwording flauw te vallen, dood te gaan of gek te worden is overweldigend. De plotselinge paniek gaat gepaard met angstaanjagende lichamelijke verschijnselen, die het gevoel nog versterken. Een paniekaanval kan overal opkomen, zonder directe aanleiding. Men denkt dat 4 procent van de mensen wel eens een paniekaanval meegemaakt heeft. Maar er is pas sprake van een paniekstoornis als de angst voor paniekaanvallen het leven gaat beheersen. Bij veel mensen gaat een paniekstoornis samen met straatvrees. Dwangstoornis Iemand
met een dwangstoornis (obsessieve-compulsieve stoornis) herhaalt steeds
bepaalde handelingen en gedachten. Voorbeelden zijn: de handen wassen,
controleren of het gas uit staat, het huis schoonmaken of alle gele
stoeptegels tellen, desnoods honderd keer op een dag. De dwanghandelingen
en dwanggedachten moeten bescherming bieden tegen een enorme angst en
onrust en het gevoel dat er iets vreselijks gaat gebeuren. 1 tot 4 procent
van de bevolking krijgt ooit dwangklachten. Gegeneraliseerde angststoornis Mensen
met een gegeneraliseerde angststoornis (piekerstoornis) maken zich langere
tijd ernstig zorgen over zaken die horen bij het dagelijks leven, zoals
geld en gezondheid, terwijl in hun leven objectief gezien alles goed
gaat. Zo iemand heeft bange voorgevoelens, gaat piekeren, wordt somber
en overbezorgd en kan zich gejaagd en rusteloos gaan voelen. Naar schatting
2 procent van de bevolking heeft in zijn leven last van een gegeneraliseerde
angststoornis. Achtergronden van angststoornissen Angststoornissen
worden veroorzaakt door een combinatie van biologische, sociale en psychische
factoren. Ze komen in bepaalde families meer voor dan in andere. Erfelijkheid
speelt daarin een rol, maar ook de opvoeding. Een angststoornis begint
vaak na een ingrijpende levensgebeurtenis, zoals een ernstige ziekte,
een sterfgeval, verhuizing of ontslag. Ook iemands persoonlijke eigenschappen
zijn van invloed op het wel of niet krijgen van een angststoornis. Zulke
eigenschappen zijn onder andere: slecht voor jezelf opkomen, moeilijk
gevoelens kunnen uiten en de neiging hebben probleemsituaties en conflicten
uit de weg te gaan. Een veelvoorkomend probleem Uit
onderzoek blijkt dat bijna 20 procent van onze bevolking in zijn leven
ooit last heeft van een vorm van angststoornis. Onder hen zijn meer
vrouwen dan mannen. Het gaat hierbij om serieuze klachten, die de kwaliteit
van het leven ernstig aantasten. Niet afwachten De
deur niet uit durven, niemand durven aankijken, dagelijks het hele huis
controleren op spinnen: iemand met een angststoornis kan geen gewoon
leven meer leiden. Mensen die lange tijd last hebben van een angststoornis,
raken vaak hun werk en vrienden kwijt en vereenzamen. De kans daarop
is vooral groot als zij de angst voor iedereen verborgen houden. 30
procent van de mensen met een angststoornis kampt ook met depressiviteit
of alcoholmisbruik. Het
ontlopen van de angst begint meestal met het vermijden van een paar
onopvallende situaties, maar uiteindelijk kan een angststoornis het
leven van de ‘patiënt’ en zijn omgeving geheel beheersen. Zover hoeft
het niet te komen, want angststoornissen zijn goed te behandelen. Wacht
niet met hulp zoeken, want angststoornissen gaan zelden vanzelf over.
Tips voor mensen met een angststoornis •
Probeer een eerlijk beeld te krijgen van uw angst en de invloed die
deze op uw leven heeft. •
Praat over uw angsten met mensen in uw omgeving. •
Breng voor uzelf de verschijnselen van beginnende paniek of angstgevoelens
in kaart. • Geef
zo min mogelijk toe aan de angst en ga angstaanjagende situaties als
het even kan niet uit de weg. • Wees voorbereid op de lichamelijke verschijnselen die u kunt verwachten in situaties die u beangstigen.
Wanneer u niet wegloopt voor die situatie maar de confrontatie aangaat,
zult u merken dat de onrust, het trillen en zweten na een tijdje weer
wegzakt. Tips voor de omgeving •
Erken de enorme angst van de ander, ook al lijkt die overdreven of niet
reëel. Probeer de angstgevoelens niet weg te praten. •
Blijf de ander steeds stimuleren zelf dingen te doen en de angstige
situaties tegemoet te treden, maar dwing niet. • Stimuleer
hem of haar professionele hulp of ondersteuning te zoeken. • Zoek
meer informatie over angststoornissen, in de boekhandel, de bibliotheek
of op internet. • Zoek
zelf steun als het u teveel wordt. Therapie helpt Angststoornissen
zijn goed te behandelen met behulp van gedragstherapie en medicijnen.
Tijdens de therapie gaat de behandelaar met u in op uw klachten, de
mogelijke oorzaken, de situaties waarin de angst of paniek optreedt
en de gedachten die u daarbij heeft. Verder geeft hij u oefeningen mee
waarmee u kunt werken aan het overwinnen van de angst en het bestrijden
van angstopwekkende gedachten. Verder
kunt u met behulp van ademhalings- en ontspanningsoefeningen
de angst leren beheersen en bijvoorbeeld hyperventilatie leren voorkomen.
Ook ondersteuning met autosuggestieve technieken kan nuttig
zijn. Er zijn twee soorten medicijnen die veel worden gebruikt bij angststoornissen. Ten eerste zijn dat de zogenaamde antidepressiva. Deze medicijnen tegen depressie helpen ook tegen angstgevoelens. Ze zijn goed te combineren met gedragstherapie en verhogen de kans van slagen van de therapie. Ten
tweede worden soms angstremmende middelen voorgeschreven: kalmerende
middelen of anxiolytica. Deze medicijnen verminderen de angstgevoelens
en geven een rustiger gevoel. De angstklachten komen echter terug zodra
met deze medicijnen wordt gestopt. Bovendien werken ze verslavend. Bijwerkingen
van deze medicijnen zijn sufheid en moeheid. U kunt zelf, samen met uw omgeving, aan uw angsten werken. Als uw angstgevoelens invloed hebben op uw dagelijks functioneren, is het goed langs te gaan bij een erkend psycholoog-psychoptherapeut. |